Interviews
Een interview is een goede manier om de meningen, opvattingen en ervaringen van medewerkers rond het agressiebeleid te inventariseren. Bij kleine instellingen in het raadzaam om in elk geval de werkgever en een werknemersvertegenwoordiger bij je onderzoek te betrekken. Bij grotere instellingen is het raadzaam gesprekken te voeren met belangrijke sleutelfiguren die samen een dwarsdoorsnede van de organisatie vormen.
Keuze gesprekspartners
Bij het selecteren van gesprekspartners kunt je denken aan:
- De directeur
- De OR/WVT of een afvaardiging
- De arbocoördinator
- De P&O functionaris
- Leidinggevenden, teamcoördinatoren van teams waar agressierisico aanwezig is
- De bedrijfsarts
- Teamleden (verzorgsters, groepsleiders etc.)
Bij grotere organisaties kunt je de lijst uitbreiden, bij kleine organisaties zult je het aantal personen kunnen beperken. Een gesprek duurt al snel 1,5 uur. Het is daarom verstandig (efficiënt) zo veel mogelijk groepsinterviews te houden. Zo bespaartje tijd en geld. Het is aan te raden om de directeur in een individueel te interviewen. Afhankelijk van de cultuur binnen de organisatie kun je arbocoördinator, P&O'er en afgevaardigde van OR/WVT gezamenlijk interviewen. Teams of afvaardigingen van teams kun je het best gezamenlijk interviewen.
Voorbereiding van de gesprekken
Vraag de P&O'er, de arbocoördinator of de directeur de gesprekken met je samen te plannen en organiseren. Zorg er voor dat gesprekken nooit langer dan 1,5 uur duren, na verloop van tijd verslapt de aandacht, zowel van de geïnterviewde als de interviewer. Maak een tijdsindeling en bereid je voor op het notuleren. Zorg er voor dat je tijdens de gesprekken de informatie krijgt die je kunt gebruiken om:
- De scan zo goed mogelijk in te vullen
- Een betere inschatting te maken van aard en omvang van de agressie
- Een beeld te krijgen van de betrokkenheid bij en het draagvlak voor het agressie beleid
- Te bepalen wat de beste maatregelen zijn
- De prioriteiten te kunnen bepalen
- Een beeld te krijgen van de manier waarop het huidige beleid in de praktijk werkt
- Belangrijke meningen en meningsverschillen van geinterviewden te inventariseren
Vraag net zo lang door tot je voldoende feitelijke, concrete informatie over het thema hebt. Laat de geïnterviewden zoveel mogelijk concrete beschrijvingen geven van incidenten, lastig gedrag, emoties, gedachten, maatregelen en werkprocessen. In groepsgesprekken hoeft je niet iedereen overal op te laten reageren.
Voorbeeldvragen
Vraag teams en teamcoördinatoren naar incidenten en maatregelen uit de eigen afdeling. Vraag directie en stafleden naar incidenten en beleid die de organisatie als geheel betreffen. De volgende voorbeeld vragen kunnen je helpen de gesprekken voor te bereiden:
- Wat voor agressie van cliënten/bezoekers maken medewerkers doorgaans mee (fysiek, verbaal, gewapend)? Hoe vaak gebeurt dat?
- Wat is het ergste incident dat hier ooit is voorgekomen? Hoe lang is dat geleden? Vertel eens wat er toen gebeurde?
- Wat voor impact heeft die agressie op de betrokkene(-n) gehad, tijdens en erna? Hoe lang hebben betrokkenen hier last van gehad.
- Met welke cliënten groepen werk je? Zijn er cliënten groepen waarbij sprake is van een verhoogd risico op agressief gedrag? Om wat voor gedrag gaat het? Hoe vaak komt dat voor?
- Zijn er bepaalde taken, werkzaamheden waarbij de kans op agressie nadrukkelijk aanwezig is (denk aan tijdstip, locatie, type cliënt)? Welke zijn dat?
- Welke groepen medewerkers lopen vooral een verhoogd risico (vrouwen, jongeren, ouderen, nieuwe medewerkers, vrijwilligers, stagieres)? Wat voor agressie maken zij mee? Hoe vaak?
- Welke maatregelen zijn er genomen (noem de 7 verschillende maatregelen)? Werken die maatregelen goed?
- Welke maatregelen zijn volgens je het meest gewenst?
Verslaglegging
Beschrijf in het eerste deel van het verslag een indruk over de aard en omvang van de agressie. Betrek hierbij de informatie die je al eerder verzamelde uit het incidenten register. Geef in het tweede deel van het verslag een beschrijving van de zeven maatregelen. Geef per maatregel aan:
- Maatregelen die volgens de geinterviewden aanwezig zijn
- Of de maatregelen in de praktijk goed functioneerden
- Maatregelen die volgens de geinterviewden gewenst zijn
- Geef aan of er verschillen zijn in opvattingen tussen de verschillende gesprekspartners
- Geef een inschatting van draagvlak en gevoelde belang van het beleid