Wat is agressie?
Agressie is fysiek geweld. Op z'n minst doet het pijn, ontstaat een blauw oog, 'n blauwe plek of erger. Zo was heel lang het idee. Maar bij sommige agressie incidenten gaat het helemaal niet om de ernst van het incident, maar juist om de duur. Agressie gaat ook over kleinere dingen, bijvoorbeeld 'onbeleefdheden' zoals schelden 'hé, ouwe lul', of wanneer een cliënt doet alsof hij je niet hoort.
Een voorbeeld uit de Maatschappelijke Opvang:
"Ik werd door medebewoners op de hoogte gebracht van ruzie tussen twee bewoners. Ik klopte aan en iemand schreeuwde: "Donder op". Nog drie keer herhaald dat ik voor de deur stond en toen ben ik naar binnen gegaan. Bij het opendoen van de deur trapte hij de deur dicht en mijn hand zat tussen de deur met als gevolg twee flink gekneusde vingers.
Maar ook een collega die je telefoontjes niet beantwoordt of je negeert. Allemaal kleine dingen die pas vervelend worden als ze vaak voorkomen en over een langere periode door gaan. Het stapeleffect. Op termijn kan dit even traumatiserend zijn als fysieke agressie. Om die reden verstaan we tegenwoordig onder agressie een breed scala van gedragingen die allemaal met elkaar gemeen hebben dat ze (op termijn) het slachtoffer behoorlijk kunnen 'raken'.
Vormen van agressie
Onder agressie verstaan we: "Alle vormen van ongewenst gedrag waardoor medewerkers zich onveilig of bedreigd voelen of waarvan zij slachtoffer zijn. Agressie kan zowel fysiek als psychisch zijn. Ook kleine incidenten, zoals pesterijtjes, vallen onder agressie."
De te onderscheiden vormen van agressie zijn:
- (non-)Verbale agressie: fel in discussie gaan, gebrek aan respect, beledigen, uitschelden, verwensingen uiten, schreeuwen, middelvinger opsteken, intimideren, een dreigende houding aannemen, dreigen met fysiek geweld, treiteren, pesten, stalken, gezinsleden bedreigen, discriminatie ,
- Agressie met gebruiksvoorwerpen: met objecten gooien, servies en huisraad vernielen
- Fysieke agressie: duwen, fysiek hinderen, slaan, schoppen, krabben, spugen, bijten, kopstoot, mensen belemmeren het vertrek te verlaten, aanranden, verwonden, doden, verkrachten, besmetten met aids
- Agressie met gevaarlijke objecten of via gevaarlijke methoden: bedreigen met een mes, hond, gereedschap, pistool of andere wapens, wurgpogingen
- Indirecte agressie: getuige zijn van agressie, horen over agressie of zien of lezen dat cliënten (of collega’s) slachtoffer zijn geweest van geweld (denk aan asielzoekers). Niet op een afspraak komen af anderszins vergeetachtigheid veinzen. Iemands geheimen aan een ander vertellen, Commentaar geven op beleid. Harde muziek. Burenoverlast. Regels overtreden (grenzen verkennen). Ook vormen van automutilatie vallen hier onder.
Onderscheid naar type agressor
Behalve naar type agressie kunnen we ook een onderscheid maken naar type agressor. Daarbij wordt vaak de volgende driedeling gemaakt:
- Cliënten en hun familie, vrienden en kennis. Er bestaat een relatie tussen dader en de dienstverlening.
- Medewerkers. Er is ( was) sprake van een arbeidsrelatie.
- Externe agressor. Er is niet sprake van enige relatie tussen de organisatie en of de door haar verstrekte diensten. Denk aan de roofoverval, diefstal, brandstichting.
De motivatie zal bij elk van deze situaties een andere zijn. Een dergelijke indeling kan daarom helpen bij het zoeken naar oorzaken en het ontwikkelen van preventieve maatregelen.
Zichtbare en onzichtbare agressie
Bij agressie denken we vaak aan heftige uitbarstingen, zoals bedreigen, schreeuwen en vechten. Deze zichtbare en opvallende incidenten vormen echter nog geen 8% van het totaal. De meeste incidenten zijn veel minder zichtbaar. De ene keer bedreigt een cliënt een medewerker via de telefoon. Een andere keer heeft een medewerker sterk het gevoel dat er iets in de lucht hangt. Dit geeft een onveilig gevoel.
Indirecte confrontaties
Soms worden medewerkers indirect met agressie geconfronteerd. Bijvoorbeeld als ze getuige zijn van vechtpartijen, verkrachtingen, geweld, kindermishandeling, huiselijk geweld, martelingen of het overlijden van een cliënt. Ook al is het niet direct op de medewerker zelf gericht, het raakt hen wel. Vooral het (indirect) getuige zijn van de agressie gericht op een kind is aangrijpend. Het effect kan, zeker op de lange duur, toch behoorlijk groot zijn. In vaktaal wordt dit secundaire traumatisering genoemd. Het is belangrijk dat medewerkers en leidinggevenden zich bewust zijn van dit risico. (zie ook bij "hoe signaleren").
Doelwit van de agressie
Razen in zichzelf, automutilatie, huisraad vernielen, cliënten die onderling ruzie maken, collega's onderling, medewerkers ten opzichten van cliënten, cliënten ten opzichten van medewerkers, bezoekers en familie ten opzichten van cliënt of medewerker. Er is sprake van agressie ook al is dat (in eerste instantie) niet direct op de medewerker gericht.
Immers dit gedrag kan toch als bedreigend ervaren worden. Want het agressieve gedrag zich op een later moment alsnog op de medewerker richten. De medewerker kan onbedoeld betrokken raken en er kan zich een situatie ontstaan waarbij de medewerker moet ingrijpen.