Thema Obesitas
Volgens de wereldgezondheidsorganisatie lijden meer dan 1 miljard mensen over de hele wereld aan overgewicht. Tenminste 300 miljoen van hen heeft obesitas. We weten dat het gewicht van obese patiënten extreme vormen kan aannemen, zelfs tot boven de 400 kg. De fysieke belasting bij de verzorging van obesitas patiënten levert extra problemen op en vergt dus ook speciale maatregelen. Behalve obesitas wordt de laatste tijd ook steeds meer gesproken over zogenaamde ‘morbide obesitas’. Voorbij de grens van een BMI van meer dan 40 wordt de term bariatrische cliënt gebruikt. De BMI is de Body Mass Index en bereken je als volgt. Neem het lichaamsgewicht (in kilo’s) en deel dat door de lichaamslengte (in meters) in het kwadraat. Voor mensen jonger dan 20 jaar gelden iets andere waarden. In onderstaande tabel zie je hoe je met die BMI’s kunt werken.
BMI
Ondergewicht <18.5
Normaal 18.5-24.9
Overgewicht 25-29.9
Obesitas 1 30-34.9
Obesitas 2 35-39.9
Obesitas 3 Bariatrisch >40
Tot enkele jaren geleden zagen we echt fors overgewicht (BMI > 40) vooral veel in de VS en maar af en toe in ons eigen land. De laatste tijd komt het echter ook steeds meer in Nederland voor en is het echt verstandig om je als ergocoach eens te verdiepen in wat het voor de directe zorg betekent om een zeer zwaar persoon in je instelling te krijgen. Dat voorkomt dat je voor een voldongen feit staat en in een keer alle oplossingen moet verzinnen en regelen. Dat het vroeger of later ook bij jou in je instelling nodig zal zijn, blijkt wel uit landelijke statistieken. Cijfers van het CBS op de site van Voedingscentrum (www.voedingscentrum.nl) laten zien dat in zo’n 10 jaar tijd het percentage mannen met fors overgewicht (BMI > 30) 5,0 naar 8,6% is gestegen en voor vrouwen van 7,6 naar 10,2.
Wat betekent dit voor jou als ergocoach?
Als ergocoach kom je speciale problemen tegen bij het tillen van deze cliënten: niet elke tillift kan immers gewichten van meer dan 180 kg tillen. Maar behalve het tillen zijn er ook allerlei andere problemen die meer voorkomen bij bariatrische cliënten. We kunnen veel van de Amerikanen leren op dat punt: zij hebben veel meer ervaring met de speciale verzorging van deze cliënten. Op congressen over ergonomie zijn veelal speciale workshops georganiseerd. Speciale problemen die je tegen kunt komen zijn extreme vormen van oedeem in ledematen (sterke vochtophoping in benen/voeten en armen), zeer slechte huidconditie en een huid die ernstige drukplekken heeft en niet te vergeten ademhalingsmoeilijkheden en hartklachten. Iets als min of meer platliggen is soms al te zwaar voor ze en het gewicht van een arm of een been kan tot gevaar van ontwrichting leiden als je een transfer uitoefent. De huidverzorging met de diepe en zware huidplooien levert ook weer bijzondere en fysiek belastende problemen op.
Wat vooral opvalt, is dat er de nodige creativiteit nodig is om oplossingen te vinden. Je ziet allerlei trucjes met glijzeiltjes om maar onder of dichter bij de cliënt of een arm of been van de cliënt te komen om hem te verzorgen of te tillen. Elke cliënt heeft weer een aantal specifieke problemen en standaardoplossingen werken meestal niet. In het Gezond & Zeker Magazine besteden we regelmatig aandacht aan het thema obesitas. De onderliggende boodschap is: zorg dat je er klaar voor bent en je niet laat verrassen.
BMI 40+
In de meeste zorgorganisaties komt het nog niet vaak voor dat er een bariatrische cliënt wordt opgenomen. We schrijven met opzet ‘nog’ omdat cijfers uitwijzen dat we daar de komende jaren steeds meer mee te maken gaan krijgen. Het is dus belangrijk om daarover nu vast na te denken. De Stichting Arbeidsmarktbeleid Verpleeg- en Verzorgingshuizen heeft het handige boekje BMI 40+ uitgebracht. Ergocoaches kunnen dit boekje opvragen door een email te sturen naar sabvenv@caop.nl. Je kunt het boekje ook hier downloaden.
Meer weten over obesitas, gezonde voeding, etc?
Kijk dan eens op:
Ben je ergocoach en heb je vragen over de preventie van fysieke belasting? Stuur dan een email naar info@gezondenzeker.nl of zet je vraag op het forum.