In 2008 verbleef 6% van de 65-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis. In 2000 was dit nog 8%. De hulpbehoefte van bewoners is tussen 2000 en 2008 toegenomen. Het aandeel bewoners met een ernstige lichamelijke beperking steeg van 42% naar 49%. Bewoners beoordelen hun zorg in het algemeen positief. Zij vinden wel dat het personeel weinig tijd voor levensvragen heeft en dat de zorg gehaast gebeurt. Bewoners krijgen vaker op de door hen gewenste tijden hulp bij wc-bezoek en zijn minder afhankelijk van toiletrondes. In 2008 had 55% van de bewoners van verpleeghuizen een eigen kamer. Dit aandeel stijgt sindsdien nog steeds..
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de SCP-publicatie Zorg in de laatste jaren van dr. Mirjam de Klerk. Zij vergelijkt de kenmerken van bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen in 2000, 2004 en 2008. Deze vergelijking is gebaseerd op antwoorden van bewoners zelf of van hun naaste familieleden. De publicatie is tot stand gekomen op verzoek van het ministerie van VWS.
6% van de ouderen woont in een verzorgings- of verpleeghuis. Er wonen ongeveer 100.000 ouderen in een verzorgingshuis en 65.000 in een verpleeghuis. Dit is ongeveer 6% van alle 65-plussers. In 2000 was het totaal nog 175.000. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 85 jaar. Ongeveer drie van de vier bewoners is vrouw.
Minder ouderen samen met een partner in het verzorgingshuis
In 2000 was ongeveer 25% van de bewoners van een verzorgingshuis daar nog samen met hun partner gaan wonen. In 2008 was dat ongeveer 16%. Overigens is er tussen 2000 en 2008 geen beleid gevoerd om mensen met een partner anders te indiceren. Mogelijk is er wel meer zorg thuis geleverd, waardoor mensen langer thuis konden blijven wonen. Ook diegenen die met een partner naar het verzorgingshuis gaan, blijven vaak alleen over. In 2008 was het aandeel bewoners met partner al gedaald tot 7% (in 2000 was dat 13%).
Meer behoefte aan zorg
De hulpbehoefte van bewoners is tussen 2000 en 2008 toegenomen. Zo steeg het aandeel bewoners met een chronische ziekte van 82% naar 86%. Ook nam de ernst van de beperkingen bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen toe: in 2000 had 42% een ernstige beperking en in 2008 was dat 49%.
Door de toename in lichamelijke beperkingen krijgen bewoners vaker hulp bij hun persoonlijke verzorging. Zo krijgt in 2008 28% in de regel hulp bij het toiletbezoek en 65% bij het eten en drinken, aankleden en douchen. In 2000 was dat 56%. Het exacte aantal bewoners met dementie binnen de hele sector is niet bekend. Binnen de verpleeghuissector is het aandeel bewoners in een psychogeriatrisch verpleeghuis gestegen van 54% in 2000 tot 58% in 2008.
Kwaliteit van zorg
Bewoners beoordelen de zorg die zij krijgen in het algemeen positief. Zo zijn zij positief over de bejegening door het personeel en de hoeveelheid zorg die zij krijgen. Wel vindt 44% dat het personeel weinig tijd heeft voor levensvragen. 41% vindt dat de zorg gehaast gebeurt.
Vergeleken met 2004, vinden bewoners in 2008 dat er meer rekening wordt gehouden met hun wensen. Zo krijgt 73% van degenen die hulp nodig hebben bij toiletbezoek deze als ze erom vragen in plaats van op een vaste tijd, de “toiletrondes”. In 2004 was dat nog maar 60%.
In verpleeghuizen is het aandeel bewoners met een eigen kamer tussen 2000 en 2008 toegenomen van 21% naar 55%. Van de mensen die een kamer delen, doet de meerderheid dat in 2008 nog maar met één persoon. Het aandeel bewoners in drie-of vierbedskamers daalt snel.
SCP-publicatie 2011-36, Zorg in de laatste jaren; Gezondheid en hulpgebruik in verzorgings- en verpleeghuizen 2000-2008, Mirjam de Klerk, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, november 2011, ISBN 978 90 377 0586 7, prijs € 11,90. De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet-)boekhandel of te bestellen/ downloaden via de website: www.scp.nl