Waar wringt de…
Het uitwringen van schoonmaakdoekjes en dweilen kan voor huishoudelijk personeel een hele klus zijn. Je polsen en handen worden flink belast door de krachtig draaiende beweging.
De Praktijkrichtlijn voor wringen is: er wordt niet handmatig gewrongen, behalve bij incidenteel gebruik van kleine vaatdoekjes. De techniek die je dan gebruikt is bepalend voor de mate van belasting.
Vouwmethode
Je kunt veelvuldig wringen voorkomen door de vouwmethode toe te passen: je vouwt het schoonmaakdoekje twee keer dubbel zodat in totaal acht vlakken ontstaan. Als een vlak van het doekje vuil is, gebruik je het volgende vlak. Dit kun je acht keer doen, voordat je je doekje pas hoeft uit te spoelen. Dankzij de vouwmethode hoef je minder vaak het volledige doekje uit te wringen. Dit bespaart handelingen en tijd.
Goede werktechniek
Je kunt ook een miniwringer op de schoonmaakkar gebruiken. Belangrijk is ook dat de mopkar handig in elkaar zit, zodat je bijvoorbeeld niet voorover hoeft te buigen bij het wringen. Moet je toch wringen, wring dan met een goede techniek. Bij het uitoefenen van de meeste kracht staat je pols meestal in de eindstand. Er zijn echter werktechnieken waarbij je tijdens de krachtbeweging de polsen neutraal kunt houden (zie afbeelding).
Microvezeldoekje
Je kunt wringen helemaal vermijden door gebruik te maken van microvezeldoekjes. Hiermee bereik je met weinig schoonmaakmiddel hetzelfde reinigingsresultaat. Een microvezeldoekje bestaat uit 70 procent polyester en 30 procent polyamide en kan 500 keer gewassen worden (tot 90 graden zonder wasverzachter en chloor). Het doekje wordt klamvochtig gebruikt (niet te nat) samen met één emmer schoon water. Met het doekje kun je erg goed en snel schoonmaken, blijkt uit tests van TNO Reinigingstechnieken.