Normen voor manoeuvreren
Naast de normen voor tillen en statische belasting zijn er ook normen voor het duwen, trekken en manoeuvreren. Je kunt denken aan activiteiten als het rijden met een brancard of rolstoel of het verplaatsen van een cliënt in bed waarbij je ook een duw- of trekbeweging maakt.
De zes vragen voor een veilig ‘karren maar’
De Praktijkrichtlijn voor duwen en trekken is: niet meer trekken dan 25 kilo met twee handen (maximaal vijftien kilo per hand). Wanneer de kracht vooral vanuit je vingers komt is het maximum vijf kilo.
Checklist
Normen bij het manoeuvreren van rollend materiaal zijn afgeleid van de normen bij duwen en trekken. Als je globaal wilt beoordelen of het manoeuvreren met de kar, tillift et cetera nog toelaatbaar is, beantwoord dan de volgende zes vragen. Als je alle vragen met ‘ja’ kunt beantwoorden valt de benodigde kracht in de meeste gevallen in de veilige zone, tenzij je kunt aantonen dat de benodigde kracht minder is dan 200N.
De ‘zes karvragen’
- Heeft het object goede en soepel lopende wielen?
- Hebben de wielen een doorsnede van twaalf centimeter of groter?
- Is het totaalgewicht van het object kleiner dan 300 kilo?
- Kun je overal over gladde en horizontale vloeren rijden?
- Ontbreken drempels op de hele transportweg?
- Heeft het object handvatten of goede duwplaatsen op een juiste (instelbare) hoogte? De juiste hoogte verschilt per individu maar ligt voor duwen meestal tussen de 100 en 150 cm en voor trekken iets lager.
Rijregels
Ook al kun je alle vragen met ‘ja’ beantwoorden, houd je dan wel aan de zes rijregels.