Geven van wisselligging
Een bedlegerige cliënt loopt het risico decubitus (doorliggen) te krijgen. Om dit te voorkomen, zou de cliënt elke twee uur gedraaid moeten worden. Meestal kan hij niet of nauwelijks meewerken, waardoor de minimaal twaalf transfers per etmaal een behoorlijke tijdsinvestering en zware tilbelasting voor zorgverleners zijn.
Om doorliggen te voorkomen, moet de cliënt elke twee uur worden gedraaid
Draaien van cliënten
Het geven van wisselligging aan de cliënt is niet hetzelfde als het draaien op de zij en weer terug. De cliënt hoeft immers maar een beetje te draaien om de druk van de stuit en andere mogelijke drukplekken weg te nemen. Dat kan bijvoorbeeld op de volgende manier:
- Draai de cliënt met behulp van het onderlaken naar je toe.
- Leg een plat kussen onder het laken, tussen de stuit en de schouder.
- Laat de cliënt terugzakken.
- De cliënt is nu (afhankelijk van de dikte van het kussen) tien à twintig graden gedraaid.
Sommige cliënten kunnen of willen niet op hun zij liggen, omdat zij dan benauwd of misselijk
worden. Leg dan onder een bil een opgevouwen handdoek en wissel regelmatig van bil.
Automatisch wisselligging geven
Er bestaan ook hulpmiddelen die het geven van wisselligging automatiseren. De praktijkrichtlijnen spreken van een zogenoemd ‘draaibed’. Zo’n apparaat trekt het onderlaken als het ware onder de cliënt door. Omdat de cliënt op het laken blijft liggen (en níét schuift), kantelt hij een beetje. Omdat het apparaat elektrisch wordt bediend, kan cliënt zo mogelijk deze eenvoudige handeling zelf verrichten.