Training
De aanpak van fysieke belasting focust zich op de bron van overbelasting. Als je de bron wegneemt, hoef je niet meer te leren hoe je met te zware belasting moet omgaan. Hoewel er dan geen sprake is van overbelasting, blijft het essentieel te weten hoe je moet omgaan met fysieke belasting. Dus blijven training en instructie een noodzakelijk onderdeel van een effectieve aanpak van klachten aan het bewegingsapparaat.
Liever vier korte trainingen dan één lange
Training is in deze aanpak een onderdeel van en een aanvulling op andere maatregelen zoals (til)hulpmiddelen, ruimtelijke aanpassingen en het aanstellen van contactpersonen (ergocoaches, tilspecialisten et cetera). Een vuistregel voor de duur van een dergelijke training is te vinden in de BeleidsSpiegel: twee dagdelen per medewerker per jaar voor medewerkers met fysieke zwaar werk. Een dagdeel wordt besteed aan (til)technieken en werkmethoden en een dagdeel aan het gebruik van (til)hulpmiddelen en werkmaterialen.
Training verplicht?
In sommige zorgorganisaties is de ervaring dat het verplichtstellen van de training het tegenovergestelde resultaat oplevert; men komt niet opdagen. Een andere mogelijkheid om medewerkers toch te laten trainen is om iedere medewerker een budget plus een aantal trainingsuren ter beschikking te stellen die ze naar eigen inzicht kunnen besteden. Ook is het mogelijk de training wat minder klassiek in te kleden. Wat te denken van training ‘on the job’, met alle reële praktische uitdagingen die je dan tegenkomt. Of een sessie opgezet volgens het PGOprincipe waarin de medewerkers gestimuleerd en geholpen worden om hun eigen problemen te analyseren en die vervolgens op te lossen.
In werktijd
De volgende vraag is of de training altijd in ‘de baas zijn tijd’ aangeboden moet worden. Op basis van de arbowetgeving* kun je stellen dat een werkgever die niet aansprakelijk gesteld wil worden door een werknemer, er verstandig aan doet de werknemer dusdanig te instrueren en op te leiden dat deze op een verantwoorde manier zijn of haar functie kan uitoefenen. De tijd die werknemers besteden aan het volgen van opleidingen die verplicht zijn gesteld door de werkgever beschouwt de wetgever als werktijd. En daar dient dus ook het overeengekomen loon tegenover te staan (bron: ministerie van SZW).
* Burgerlijk Wetboek, artikelen 7:658, 7:611, 7:610, 7:648