Training in vaardigheden
De aanwezigheid van (til)hulpmiddelen alleen is niet genoeg om gezond te kunnen werken. Het is belangrijk dat zorgverleners en tilspecialisten ook trainingen volgen om hun vaardigheden te vergroten. Het gaat dan om trainingen in het gebruik van hulpmiddelen, manuele transfertechnieken en in technieken waarbij het stimuleren van de eigen activiteit van de cliënt centraal staat.
Elke zorgverlener moet minimaal twee dagdelen per jaar training volgen
Hulpmiddelen
Zorgverleners moeten over voldoende vaardigheden beschikken om (til)hulpmiddelen optimaal te kunnen gebruiken. Naarmate hun vaardigheden beter zijn, krijgen ze meer vertrouwen in zichzelf en de hulpmiddelen. Daardoor ontstaat gewoontevorming en zullen ze meer en beter van hulpmiddelen gebruik maken.
Til- en transfertechnieken
Behalve training in het gebruik van hulpmiddelen is ook training in (manuele) til- of transfertechnieken onmisbaar om veilig en gezond te kunnen werken. Het is immers niet altijd nodig om hulpmiddelen te gebruiken, soms kan met een goede techniek veel bereikt worden. Ook in situaties waarin het gebruik van hulpmiddelen niet mogelijk is of in situaties waarin de cliënt zelf veel kan of zelfs móet doen (bijvoorbeeld een cliënt die revalideert na een CVA) is de beheersing van deze technieken belangrijk.
Stimuleren van cliënten
Daarnaast zijn er trainingen in technieken en vaardigheden die nodig zijn om cliënten te stimuleren zoveel mogelijk zelf te doen (nodig bijvoorbeeld de cliënt met stem en houding uit om zelf actief te worden en ga niet direct tillen). We noemen dit ook wel het ‘zorgverlenen met de handen op de rug’ of ‘mobiliteitsbeleid’.
Om de basisvaardigheden te beheersen moet elke zorgverlener minimaal twee dagdelen per jaar training volgen: een dagdeel manuele transfertechnieken en een dagdeel omgang met hulpmiddelen.
