Zagen, zagen, wielen wagen
Let er bij de uitvoering van je werk op, dat je extra en onnodig werk vermijdt. Wacht er bijvoorbeeld een timmerklus, laat dan het benodigde hout extern zagen. Bij het vlak zagen van plaatmateriaal is het wenselijk om de materialen zo min mogelijk te dragen.

Moet je het plaatmateriaal toch dragen, gebruik dan eenvoudige hulpmiddelen als kogelrollen om het materiaal te geleiden. Moet je het over langere afstanden dragen, dan kun je handige plaathandvatten gebruiken. Het handvat zet je aan de kopse kant van een plaat. Het klemt zichzelf vast bij optillen. Je kunt daarvoor ook zuignappen gebruiken. Je moet hiervoor wel met z’n tweeën werken. Denk ook hier weer aan de Praktijkrichtlijnen voor tillen (23 kilo) en dragen (15 kilo). Nog handiger is een speciale platenkar waar je de plaat iets schuin op kan zetten.
Juiste hoogte
Gebruik je een kar om het materiaal te vervoeren, denk dan aan de plek van de zwenkwielen. Deze zitten aan de kant waar je duwt. Denk bij het manoeuvreren van de kar aan de zes KarVragen en de RijRegels.
Welke wagen?
Is er een grote verbouwingsklus waarbij je veel materialen moet verplaatsen, gebruik dan een vierwielige kar in plaats van een kruiwagen of stenenkar. Weet je echter van tevoren dat je over allerlei oneffenheden moet rijden, dan is het misschien handiger om een stenenkar of kruiwagen te gebruiken. Met dergelijke karren kun je makkelijker om obstakels heen en door de grootte van de banden kun je ook gemakkelijk over obstakels heen.
Wielen
De grootte van de wielen van een kar is heel belangrijk. Hoe groter het wiel, des te makkelijker rijdt de kar. Denk echter ook aan de kwaliteit en het onderhoud van de lagers. Op oneffen terrein hebben luchtbanden – in verband met de stabiliteit – de voorkeur (bij niet te hoge karren) en op vlak terrein of bij hoog beladen karren zijn harde wielen geschikter.