Vragen staat niet helemaal vrij
Om oplopende spanning bij je cliënt te verminderen, kan het in een vroeg stadium helpen om contact te leggen. Een mogelijkheid is het stellen van open vragen ('Wat vindt u van ...?') over onderwerpen die gemeenschappelijk of voor deze ouderen belangrijk zijn. 'Hoe is het met u?' 'Hoe gaat het?' geeft ook een prima start. Het is een prima tip om heel gericht te luisteren naar wat de ander buiten je vraag om vertelt, ofwel aan extra informatie geeft. Lees bijvoorbeeld de volgende reactie. 'Met mij gaat het gelukkig goed, en ik heb deze week ondervonden dat dit niet altijd vanzelfsprekend is. Ja weet u, kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.' Op dat stukje extra, nog vage, informatie kun je doorgaan, vaak is dat ook iets waarover de ander ook wel wil praten. Je reactie kan bijvoorbeeld zijn: 'Met u gaat het goed, maar maakt u zich ook zorgen over uw kind?'
Vragen kunnen het gesprek opstarten, daarna geef je eigen ervaringen en meningen pas als er echt het nodige duidelijk is geworden. Wil je iets zeggen waarvan je vermoedt dat het ingaat tegen de mening van de ander, dan kun je vooraf al zeggen dat je het moeilijk vindt dit te zeggen. Luister goed en voorkom vragen naar de bekende weg of iets wat de cliënt net vertelde, daarmee wakker je juist spanning en agitatie aan. Met veel vragen achter elkaar kan de ander zich uitgehoord en leeggemolken voelen, zeker als hij niet zo snel kan reageren en je direct na elke reactie met een vervolgvraag komt. Even pauzeren om na te denken is ook prima. Soms werkt het als bij een poes, die pas bij je komt liggen als je er niet op aandringt. Het contact zelf kan al waarde hebben, los van wat er precies besproken wordt. Merken dat iemand er met aandacht, rust en interesse naar je luistert betekent veel. Door te verwoorden wat je hoort en kort samen te vatten, merkt de ander dat je gericht luistert.