'Doet hij dit expres of niet?'
Stel je voor: door je falend geheugen weet je niet meer wat net is gebeurd; je leeft in een vacuüm. Je bent gespannen en zoekt naar houvast, stelt door je geheugenverlies weerkerende vragen (bijvoorbeeld: 'Wanneer komt mijn man?'). Het ene teamlid zegt 'morgen om 2 uur', de ander 'vanavond misschien', weer een ander biedt je koffie of poogt je anderszins af te leiden, de volgende kijkt je 'alleen maar' lief aan, de vierde zegt dat je nu echt moet stoppen met dat gevraag. Door die wisselende reacties zal je spanning eerder toe dan afnemen - en zo je vraaggedrag versterken.
Maar nu een ander voorbeeld: je bent niet dement, maar verveelt je stierlijk. Je vindt er afleiding in om elk in je vizier komend teamlid een onvriendelijke opmerking te geven over haar uiterlijk. De een wijs je op de specifieke vorm van haar achterwerk, de ander op haar voorgevel, en zo verder. De reacties op de vrijpostige opmerkingen en beledigingen verschillen: de een moet om je lachen, de ander wordt boos en geeft je een preek, de derde loopt met rood hoofd zwijgend weg, en zo verder. Het probleemgedrag wordt zo nu en dan beloond en daardoor versterkt. Zoals veel mensen letterlijk verslingerd raken aan de eenarmige bandiet ofwel fruitautomaat, omdat je - ook al is het zelden - de jackpot krijgt.
Deze voorbeelden leren dat het voor de begeleiding niet allesbepalend is of je cliënt wéét wat hij doet, of de gevolgen van diens gedrag onthoudt. Als je als team niet op één lijn zit in je reactie kun je het probleemgedrag makkelijk versterken. Óók als ieder voor zich consequent reageert.