Gezond & Zeker Logo

Gezond & Zeker

13711 Deelnemers

PREGO! TIPS

En wat wil en wat moet ik weten van de ander?

Het antwoord op deze vraag, hangt af van de persoon, en op welke aspecten je zorgverlening zich richt. Van een zelfstandig wonende oudere bij wie alleen hulp bij de steunkousen nodig is, ligt dit anders dan bij de cliënt die je de klok rond begeleidt in een woonvoorziening. Mogelijke onderwerpen zijn hieronder samengevat, zo heb je al een basis van waaruit je vertrekken kan.


1. Leefomgeving
Wat was/is kenmerkend van de omgeving waarin de cliënt leefde en leeft (hoe behuisd, binnen- of buitenmens)? Waar was/is hij of zij meestal?
2. Bezigheden
Welke levensstijl had/heeft deze persoon, welke rollen heeft hij/zij vervuld (werk en daarbuiten)? Wat voor bezigheden ondernam hij/zij vroeger (scholing, werk, gezin & vrije tijd), wat kan en wat wil hij/zij nu nog? Was hij/zij een gezelschapsmens of juist meer op zichzelf?
3. Gewoontes
Welke gewoontes en vaste patronen hield deze persoon aan (zoals bij de verzorging, maaltijden, in bezigheden, rondom het slapen)? Hoe was het dagritme vroeger, en hoe ziet het er nu uit?
4. Gespreksonderwerpen
Waarover praat hij/zij graag, waarover juist niet? (Denk aan stokpaardjes, hobby's, levensgebeurtenissen, anekdotes, taboes)
5. Gesprekken & contacten
Sprak hij/zij vroeger over wat in hem/haar omging? Deed hij/zij dat vooral onder bepaalde omstandigheden? Hoe is dit nu? Waarover en in welke omstandigheden praat hij of zij nu?
Hoe ging de persoon zelf om met anderen, hoe is dat nu? Op welke omgang stelde hij/zij vroeger prijs, hoe is dat nu? Hoe wilde hij/zij worden aangesproken?
6. Kleine ergernissen & steunpunten
Wat vond hij of zij vroeger plezierig, wat vervelend (situaties, voorvallen, omstandigheden, ervaringen)? Welke kwaliteiten had en heeft zij of hij? Wat gaf hem/haar een goed humeur? Waarom moest hij/zij lachen? Had en heeft hij/zij typerende grapjes? Waarop of waarover over is hij/zij trots?
7. Omgang met uitdaging & tegenslag
Wat gaf vroeger steun (en wat nu), hoe ging hij/zij zelf om met tegenslagen? Wie waren belangrijke steunfiguren? Wie zijn dat nu?
8. Normen & waarden, zingeving
Waarom draait het leven, wat is werkelijk belangrijk voor hem/haar (denk ook aan cultuur en afkomst, levensbeschouwing, normen en waarden, levensprincipes, levensmotto)?
Hoe dacht en denkt zij/hij over gezondheid, ziekte en dood, over medische behandeling & reanimatie?
9. Intimiteit & seksualiteit
Wat kan en wil de persoon melden over de omgang met het eigen lichaam, intimiteit, lichamelijk contact en aangeraakt worden, relaties? Zijn er schaamte & schuldgevoelens? Welke aandachtspunten geeft dit bij de zorgverlening?

Please wait