Bij hersenproblemen en dementie komt de ware aard naar boven, of toch niet?
Dementie en andere hersenproblemen kunnen uiteenlopende gedrags- en stemmingsveranderingen geven, waaronder ontremd gedrag en een grotere neiging tot agressie. De praktijkervaring leert dat deze veranderingen alle kanten kunnen opgaan. De voormalige piekeraar kan in zijn dementie plots zorgelozer worden. De vroeger zo afstandelijke moeder wordt ineens knuffeliger. Helaas gaat de verandering vaker in een negatieve richting, en is er meer risico op achterdocht, prikkelbaarheid en risico op agressie.
Onderzoek laat zien dat mensen die voor hun hersenziekte al een neiging tot agressie hadden, dit hierna gemiddeld vaker laten zien. Maar de verhouding is zeker niet één op één. Vaak is er dan juist een vermindering van scherpe kanten, en er zijn ook voorheen heel zachtaardige types die in hun dementie een plaag voor hun omgeving kunnen vormen. Bij ernstige dementie vlakt het gevoelsleven vaak juist af en komt apathie veel voor. Kortom: het is te kort door de bocht en meestal onwaar dat de agressieve persoon met hersenprobleem diens 'ware aard' laat zien. We schieten er ook weinig mee op, etiketteren de cliënt en nemen hem diens gedrag kwalijk. Dat versluiert makkelijk het zicht op de mogelijkheden het gedrag te beïnvloeden en de veiligheid voor teamleden te vergroten.