Door de knieën!?
Van jongs af aan hebben de meesten van ons geleerd om als er getild moet worden vooral door de knieën te gaan. Dat zou het beste zijn voor de rug. Toch blijkt dat helemaal niet zo vanzelfsprekend te zijn. Onderzoek naar de ’beste tiltechniek’ laat zien dat het heel wat genuanceerder ligt. Goede tiltechnieken lijken er niet echt te bestaan, wel goede tilprincipes.
Til niet te zwaar
Vooraf moeten we natuurlijk eerst stellen dat het eerste tilprincipe natuurlijk is: til niet te zwaar. De Praktijkrichtlijnen geven duidelijk aan wanneer iets te zwaar wordt. Zelfs onder ideale omstandigheden en met een goede techniek is het niet verstandig om regelmatig lasten te tillen die zwaarder wegen dan 23 Kg.
Til zo dicht mogelijk op het lichaam
Is de last lichter, dan kan tillen wel, mits er onder goede omstandigheden getild wordt. Het allerbelangrijkste tilprincipe is dan om vooral dicht op het lichaam te tillen. De lastarm is dan klein. De lastarm is de horizontale afstand van de lage rug tot het zwaartepunt van datgene wat je tilt. Hoe groter die lastarm hoe zwaarder het is voor je rug.
Wat betekent dat nu? Door je knieën of juist niet?
Dat ligt er maar aan.
-> Als de last groot is en je de last dus voor je knieën langs moet tillen dan heb je een enorme lastarm. Dan is het voor je rug vaak beter om niet door de knieën te gaan voor zo’n last.
-> Als de last klein is en je kunt hem tussen de knieën door omhoog bewegen, ga dan inderdaad door je knieën.
Het klinkt lastig, maar wanneer je het uitprobeert zal je zien dat de meeste mensen dat vanzelf zo doen. Probeer ze dan dus niet van dat goede tillen af te brengen. Alleen de mensen die vroeger goed hebben opgelet zullen in beide situaties door de knieën gaan: zij moeten dat helaas weer afleren. Ze kunnen hun voordeel doen met wat extra uitleg en moeten weer beter leren luisteren naar hun lichaam!