Goed zitten en ook opstaan
Het opstaan van stoel, bed of toilet is een belangrijke beweging. Opstaan om koffie te zetten, de telefoon te pakken of een hand te geven aan het bezoek. Als een cliënt fysiek achteruit gaat, merk je dat vaak als eerste bij deze transfer. Het is daarom van groot belang dat we deze opstabeweging zo lang mogelijk intact houden.
Dat kan op allerlei manieren. Probeer allereerst met de cliënt zoveel mogelijk het opstaan en gaan zitten te stimuleren of zelfs gericht te oefenen. Rust roest immers. Als het opstaan desondanks moeilijker geworden is, kun je ook proberen de zithoogte aan te passen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat als je de zithoogte van een stoel verhoogt van 43 naar 51 centimeter, het aantal senioren dat zelf uit de stoel kan opstaan verdubbelt.
Maar te hoog is ook niet goed. Zeker niet bij het toiletteren. Een te hoog toilet kan leiden tot moeite met de ontlasting of tot onvoldoende ‘uitplassen’. Het toilet is dan wel lekker hoog zodat de cliënt zelf kan opstaan (en de eventuele zorgverlener niet hoeft te tillen!), maar er zijn weer andere problemen ontstaan. De hoogte van het toilet zou dus eigenlijk variabel moeten zijn: voor het opstaan hoger en voor het ontlasten lager. Dergelijke hulpmiddelen zijn inmiddels op de markt.
Bij het opstaan vanaf het toilet wordt eerst de romp van de cliënt voorwaarts bewogen en het zwaartepunt boven de voeten gebracht. Ondertussen strekken de knieën en heupen zich synchroon. De natuurlijke opstabeweging wordt zo min of meer nagebootst.
Sommige van deze toiletten kunnen ook worden aangepast aan de gebruiker. Met name de onderbeenlengte van de cliënt is immers van belang. Het is immers belangrijk dat de voeten van de cliënt steeds contact houden met de vloer.