Hoe mobiel zijn clienten?
Voor een goed preventiebeleid fysieke overbelasting is het noodzakelijk een duidelijk beeld te hebben van de mobiliteit van cliënten. Die mobiliteit bepaalt immers de noodzaak voor eventuele training en het type en het aantal benodigde hulpmiddelen.
Bepaal de mobiliteit met een mobiliteitsklassensysteem
Verschillende classificatiesystemen zijn in omloop zoals de ICIDH, de RAI, EBIS en ZOZ. Omdat deze niet altijd even eenvoudig te hanteren zijn, is een eenvoudiger mobiliteitsklassensysteem opgezet met drie klassen.
De cliënt:
- voltooit de handeling in principe zelf, maar krijgt toch hulp (bijvoorbeeld wegens valrisico of de grote moeite die het de cliënt kost)
- beweegt in beperkte mate zelf mee, heeft een ander nodig bij het bewegen en is zonder hulp niet in staat de handeling te voltooien
- heeft nauwelijks of geen eigen bewegingsmogelijkheden, is zeer passief of werkt bewust of onbewust tegen (bijvoorbeeld door pijn, spasmes, contracturen)
Deze typering van cliënten in drie groepen is gevisualiseerd met drie eenvoudige pictogrammen. Hiermee zijn de mobiliteitsklassen herkenbaar voor zorgverleners en medewerkers op zowel beleidsals afdelingsniveau. Instrumenten die gebruikmaken van deze mobiliteitsclassificatie zijn de Tilthermometer, de BeleidsSpiegel en de Tilschijf.
Meer informatie
Kleine hulpmiddelen: hulp voor bewoners en zorgverleners? Knibbe J.J., Hulshof N.A., Stoop A.P., Friele R.D. NIVEL, Utrecht, 1998.
